2024CultuurbelevingSociaal-culturele participatie

Deelnemersonderzoek sociaal-cultureel volwassenenwerk

Vele tienduizenden volwassenen in Vlaanderen nemen sporadisch tot vaak deel aan activiteiten van sociaal-culturele organisaties. In dit onderzoek zoomen we in op de vraag wie deze deelnemers zijn, hoe ze deelnemen, waarom ze deelnemen en wat de betekenis en waarde van die deelname voor hen is. Deze beleidsgerichte studie werd uitgevoerd door VUB en HIVA-KU Leuven in 2023. Het onderzoek richtte zich op alle deelnemers van de op dat moment 130 erkende organisaties voor sociaal-cultureel volwassenenwerk (decreet Sociaal-cultureel Volwassenenwerk). Die groep van 130 organisaties bestaat uit organisaties die open staan voor het brede publiek, maar ook uit verenigingen die zich richten op specifieke groepen (bv. vrouwenorganisaties, organisaties voor personen met een handicap, enz.). Het gaat in hoofdzaak om organisaties met een Vlaanderen-brede werking, al zijn er ook 13 regionale organisaties erkend (Avansa’s) en ook die werden meegenomen in deze studie. Vele maar niet alle organisaties steunen in grote belangrijke mate op het werk en enthousiasme van vrijwilligers. Een belangrijk punt dat alle erkende organisaties voor sociaal-cultureel volwassenenwerk gemeen hebben, is dat ze werken met een civiel perspectief: het zijn vrije en spontane initiatieven van en voor burgers die gefocust zijn op waarden en overtuigingen die ze als burgers delen.

Dit onderzoek bestond uit een kwantitatief en een kwalitatief luik. Het kwantitatieve luik verzamelde via een online survey – beschikbaar in 5 talen (Nederlands, Engels, Frans, Turks en Arabisch) – gegevens bij 4 221 deelnemers. Die deelnemers werden aangesproken via een representatief staal van 34 erkende organisaties. Het kwalitatieve onderzoeksluik bestond uit diepte-interviews met 19 deelnemers en een rondetafelgesprek met 7 professionals uit de sociaal-culturele sector. We streefden vooral naar veel variatie in de groep van respondenten om zoveel mogelijk verschillende stemmen aan het woord te laten.

Kernbevindingen

  1. De gemiddelde leeftijd van alle deelnemers aan sociaal-cultureel volwassenenwerk is vandaag bijna 64 jaar. Er is een toename van de deelnemersleeftijd sinds de vorige meting in 2010. Toen lag de gemiddelde leeftijd – afhankelijk van het type organisatie – tussen 45 en 55 jaar.
  2. Vergeleken met de hele Vlaamse bevolking zijn vrouwen duidelijk oververtegenwoordigd onder de deelnemers (63,2%).
  3. Deelnemers aan het sociaal-cultureel volwassenenwerk zijn gemiddeld genomen relatief hoog opgeleid: 58% heeft een diploma hoger onderwijs. Dat percentage is gestegen sinds 2010, wat we kunnen toeschrijven aan de algemene stijgende scholarisatiegraad in de samenleving. Er zijn echter verschillen naargelang van de gerichtheid en het type van sociaal-culturele organisatie.
  4. Bijna een op tien deelnemers (9,3%) aan sociaal-cultureel volwassenenwerk geeft aan moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen met het huidige inkomen. Dat percentage is vergelijkbaar met de algemene bevolking in Vlaanderen. Ook op dat vlak zijn er echter verschillen naargelang van de gerichtheid en het type van organisatie. Zo tellen organisaties die vooral werken rond inclusiviteit meer mensen die aangeven moeilijk rond te komen.
  5. Hoewel hun aandeel is gestegen, vormen deelnemers met een migratieachtergrond nog steeds een minderheid in het sociaal-cultureel volwassenenwerk (9,6%). Er zijn echter grote verschillen tussen de regio’s.
  6. De participatiefrequentie varieert sterk onder de deelnemers. Van alle deelnemers neemt bijna een kwart meermaals per maand deel aan sociaal-culturele activiteiten. Vier op de tien deelnemers neemt meermaals per jaar maar minder dan maandelijks deel. Er is ook een aanzienlijk deel (21%) dat het voorgaande jaar slechts één keer heeft deelgenomen of zelfs minder dan jaarlijks deelneemt. De afweging om al dan niet deel te nemen is ten dele individueel maar ook de omgeving speelt een belangrijke rol.
  7. Het fenomeen van het lidmaatschap bij sociaal-culturele organisaties is nog steeds vrij courant in deze sector. Een lidmaatschap is vaak een gevolg van de deelname, en niet zozeer een voorwaarde of een motivatie ervoor.
  8. Elke participatie begint met een participatievonk. In de studie onderscheiden we drie niveaus waarop de participatievonk kan ontstaan: het individuele niveau, het interpersoonlijke of netwerkniveau en het maatschappelijke niveau.
  9. De deelnamepatronen van deelnemers aan sociaal-cultureel volwassenenwerk zijn dermate verschillend dat ze moeilijk op één ‘ladder’ kunnen worden geplaatst van weinig naar veel. Daarom stellen we in deze studie een participatieraster voor dat vier dimensies bevat: inzet, inspraak, tijd en plaats. Dat raster helpt om de participatie van een individu of groep te positioneren en te vergelijken, maar ook om evoluties in de tijd vast te stellen.
  10. Bijna drie op de tien respondenten (29%) neemt niet enkel deel aan een activiteit, maar geeft activiteiten ook mee vorm als activiteitsvrijwilliger of bestuurslid. Het aandeel vrijwilligers verschilt wel aanzienlijk naargelang van organisatietype.
  11. Ten slotte stellen we vast dat sociaal-culturele participatie vaak cumulatief werkt. Participatie in een sociaal-culturele organisatie zet vaak aan tot participatie in andere organisaties, binnen of buiten de sector van door de overheid erkende spelers. Opvallend: cumulatie van participatie kan ook tot zogenaamde overparticipatie en civic burn-out leiden, zo leren we uit het kwalitatieve onderzoeksluik.
  12. Sociaal-cultureel werk bevat een diverse waaier aan activiteiten, werkvormen en thema’s.
  13. Onze studie maakt duidelijk dat er aan de kant van de deelnemers vier grote dimensies van motieven zijn om deel te nemen: zelfontplooiing, ontmoeting, altruïsme en ontspanning. Zelden is er sprake van slechts één motief voor participatie. Deelnemers combineren motieven. Wel blijkt dat de wil om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen, bij het leeuwenaandeel van de deelnemers aanwezig is. Deze motieven variëren naargelang van het type activiteit en organisatie, en hangen ook samen met de 8 socio-demografische kenmerken van de deelnemers en de levensfase waarin die zich bevinden.
  14. De betekenis en waarde van deelname aan sociaal-culturele activiteiten: ontmoeten van mensen met gelijke interesses, bijleren van nieuwe dingen, ontmoeten van mensen die men anders nooit zou ontmoeten, zich amuseren en ontspannen, en positief bijdragen aan iets dat belangrijk is.
  15. Uit onze studie maken we op dat deelnemers aan sociaal-culturele activiteiten moeite hebben om de hele sociaal-culturele sector te ‘zien’ en te begrijpen. Toch kennen veel deelnemers meerdere erkende organisaties. Een deelnemer kent gemiddeld ongeveer 30 van de 130 erkende organisaties.
  16. Op basis van de resultaten heeft de studie 6 aanbevelingen, aandachtspunten voor de praktijk en beleid. Organisaties en het beleid moeten verschillende elementen onder de loep nemen, namelijk de gemiddelde leeftijd van de deelnemer, bepaalde groepen blijven ondervertegenwoordigd in hun deelname, de onvoorwaardelijke en ‘eeuwige’ deelnemer wordt steeds zeldzamer, participatie is cummulatief, participatie is vaak minder individueel en collectiever dan gedacht en ten slotte worden persoonlijk motieven om deel te nemen belangrijker.

Onderzoekers

Lode Vermeersch
Jessy Siongers
Bram Spruyt

Affiliaties

Departement Cultuur, Jeugd en Media
KU Leuven – HIVA
Vrije universiteit Bruseel

Referentie

Vermeersch, L., Siongers, J., & Spruyt, B. (2024). Deelnemersonderzoek sociaal-cultureel volwassenenwerk. De waarde en betekenis van deelname voor de participant.